Goed bestuur in Europa

Nederland moet in Europa aan de ene kant intensief samenwerken met effectief en goed bestuur, maar we willen beslist geen sluipende uitholling van nationale soevereiniteit. We zien juist de noodzaak om de Nederlandse democratische legitimiteit onder de Europese wetgeving te versterken.

Transparantie en uitzonderingspositie Nederland

  • Europese integratie is geen eenrichtingsverkeer – we zijn tegen de ontwikkeling van een federaal Europa: een ‘ever closer union’ gaat wat ons betreft écht over eenheid in verscheidenheid tussen de mensen in Europa op basis van communautaire samenwerking tussen landen. Binnen Europa bepleiten we een stevige opstelling van Nederland, constructief maar realistisch zonder onbedoelde overdrachten van taken, bevoegdheden en budgetten. Die ondermijnen het vertrouwen van burgers.
  • Bevoegdheden moeten bestuurlijk zo laag mogelijk worden belegd (‘subsidiariteit’). Dit wil zeggen dat de EU alleen maatregelen neemt als dat doeltreffender is dan nationale of lokale maatregelen.
  • De Europese besluitvorming moet transparanter worden in lijn met het initiatief ‘Opening up closed doors’. De openheid begint met het openbaar maken van de verslagen van de Europese ministerraden.
  • Nederland doet het liefst mee in de voorhoede van de EU-beleidsvorming waar invloed op de koers kan worden uitgeoefend. Als er sprake is van onvoldoende draagvlak, werkbaarheid of te hoog oplopende kosten, zoekt de Nederlandse regering naar een blokkerende minderheid van gelijkgezinde lidstaten. In bijzondere gevallen zal Nederland kiezen voor een uitzonderingspositie en niet meedoen aan een nieuw initiatief voor wetgeving of beleid. Dat hoort te kunnen in een democratie en de Europese wetgeving biedt hier mogelijkheden voor. Variatie en democratische verankering betekenen ook dat lidstaten gebruik kunnen gaan maken van een uitzonderingspositie als dat in het nationaal belang is.

Controle van de macht

  • Het is in de afgelopen jaren meerdere keren voorgevallen dat bewindspersonen de meerderheid van de Tweede Kamer negeren bij het stemmen voor of tegen een Europese wet. Een vertegenwoordiger van de Nederlandse regering moet binnen een Europese ministerraad in overeenstemming met de wens van de Tweede Kamer stemmen. Anders moet een bewindspersoon aftreden.
  • In Nederland zou de regering de Tweede Kamer tijdig en actief moeten betrekken bij nieuwe initiatieven en bij mandaten voor onderhandelingen. De Tweede Kamer moet ook zelf haar taak beter oppakken en kan bij grote en potentieel verstrekkende nieuwe EU-initiatieven een rapporteur benoemen. De Kamer moet EU-beleid en regelgeving actiever toetsen op subsidiariteit, proportionaliteit en verwachte effecten voor bestaanszekerheid van individuen, ondernemingen en gemeenschappen. Dat leggen we vast in een Europawet en in de Grondwet.
  • Het Europees Parlement moet ook een individuele commissaris kunnen wegsturen. Nu kan alleen een hele commissie worden afgezet. Een nieuwe commissievoorzitter moet op voorhand beloven dit besluit van het parlement te respecteren en de commissaris te ontheffen van zijn functie.
  • Bij Europese wetgeving moet de rol van nationale parlementen worden versterkt; zij moeten meer tijd krijgen om te beoordelen of een EU-voorstel in strijd is met het beginsel van subsidiariteit of proportionaliteit. Naast de gele en oranje kaart moet een nationaal parlement ook een rode kaart kunnen trekken; indien de helft van de nationale parlementen dit aangeeft, moet het voorstel van tafel gaan.

Verklein en versterk Europese volksvertegenwoordiging

  • We zijn voor een soberder beloning van medewerkers van Europese instellingen en een sterke focus bij het werven van personeel op de kerncompetenties van de EU (m.n. interne markt, mededinging, klimaatbeleid, handelsbeleid, grensbewaking en crisisbeheer).
  • Uitbreiding van de EU is op termijn mogelijk (Moldavië, Oekraïne, Balkanlanden) als deze landen voldoen aan en staan voor vrijheid van meningsuiting, democratie, rechtsstaat en corruptiebestrijding (Kopenhagen-criteria). Mocht een toetreding aan de orde komen, dan moet het besluit onderwerp kunnen worden van een correctief referendum. Het toetredingsproces van Turkije is terecht bevroren en wordt niet opnieuw opgestart.
  • Landen behouden de bestaande vetorechten ten aanzien van buitenlandbeleid en toetredingen.
  • Het Europees Parlement is niet echt representatief en weinig herkenbaar voor burgers. De meeste Europeanen weten niet wie er in het Europees Parlement zit en welke onderwerpen er worden bediscussieerd. Hervorm het kiessysteem en reduceer het aantal zetels in het Europees Parlement van 720 naar circa 500. Dat is ongeveer één lid per miljoen inwoners. Kleine landen krijgen ten minste 4 zetels.
  • Wij willen een nieuw kiesstelsel waarin de band tussen kiezer en gekozene sterker wordt. Er komen regionale kiesdistricten per land, zoals Nieuw Sociaal Contract die in Nederland ook voor de Tweede Kamer wil invoeren. Dat vergroot de lokale herkenbaarheid in Europa. In Nederland zouden er districten Noord (Fryslân, Groningen, Drenthe) Oost, Zuid, West en Midden komen die elk 3 tot 5 Europarlementariërs kiezen. Om ervoor te zorgen dat evenredigheid gewaarborgd is, worden 5 parlementariërs via een landelijke lijst gekozen.
  • Er moeten sancties komen voor niet-integer gedrag van Europarlementariërs, zoals schorsingen, inhouding salaris en bij een strafrechtelijke veroordeling verlies van het mandaat.
  • Aan het verhuiscircus van het Europees Parlement tussen Brussel en Straatsburg moet een einde komen. Brussel moet de permanente zetel van het Europese parlement worden.
  • Europarlementariërs van Nieuw Sociaal Contract wonen in Nederland of verbinden zich aan een regio waar zij persoonlijk worden gekend en benaderbaar zijn. Zij houden een kantoor aan in Nederland waar zij voor burgers ook fysiek toegankelijk zijn met maandelijks spreekuren.
  • Europese subsidies gegeven aan ontwikkelingsorganisaties, milieugroeperingen, dierenactivisten of bedrijven mogen niet direct of indirect worden gebruikt om rechtszaken tegen democratische besluiten van overheden te voeren en te financieren.
  • Er moet meer oog komen voor de lange-termijn bestuurbaarheid van de EU. Het moet mogelijk zijn om binnen de EU-coalities te vormen van landen die voorop willen lopen op bepaalde onderwerpen. Daarnaast moet de samenwerking met landen rondom de EU worden verstevigd. Nieuwe vormen van partnerschappen, bijvoorbeeld op de terreinen energie, economie en migratie moeten gesmeed worden met landen die grenzen aan de EU.

Downloads